Bodembedekkers

Wat vinden we dat toch mooi en vooral netjes met zijn allen. Met name in deze tijd van het jaar als alles in de tuinen weer volop begint te groeien, valt het nog erger op dan anders. Mij wel in ieder geval. Alle onkruid in onze tuintjes wordt rigoureus getrokken, gesnoeid, geschoffeld. Wat er overblijft is een mooie zwarte zandvlakte met hier en daar een pol van een vaste plant of een heester, liefst één of andere coniferensoort. Jawel, de jaren 70 van de twintigste eeuw zijn allang voorbij, maar dat fenomeen bestaat nog steeds. Ik spreek ook nog regelmatig mensen die dan zeggen: “Ik heb niets met de tuin, daar wil ik zo weinig mogelijk werk aan hebben. Ik zet er een paar coniferen in en daar wat bloemetjes omheen en That’s it.”

Sorry hoor dames en heren, maar ik kan dan nooit laten om te denken (misschien klinkt dat wel wat arrogant): “Je weet niet waarover je praat!” Er is namelijk bijna geen land ter wereld met zo’n ideaal klimaat voor zich uitgebreid en snel uitzaaiende onkruiden (ik moet zeggen ongewenste kruidachtigen) als Nederland. En het enige wat deze planten nodig hebben is een klein stukje kale grond om hun zaad op te laten kiemen. Dat gaat vervolgens in een razend tempo, want wie het eerst komt, die het eerst maalt. Zo gaat dat in de natuur. Wat rest in uw fraai aangeharkte stukje zandparadijs is heel veel werk. Vooral in deze groeizame periode van het jaar kan in een paar dagen tijd dat stukje kale grond al helemaal in beslag genomen zijn door allerlei ongewenste kruidachtigen. Dat betekent schoffelen, trekken en snoeien tot je erbij neervalt anders ziet je tuin er binnen de kortste keren uit als de eerste de beste wildernis.

En er is zoveel moois op deze aardkloot om al die ellende heel efficiënt en effectief het hoofd te bieden. Oké, klanten vragen mij nogal eens om een onderhoudsvrije tuin. Dat kan ik niet bieden, want dat is er gewoon niet. Zelfs een tuin waarin alleen maar beton gestort is moet regelmatig schoon gemaakt worden. Maar het onderhoud beperken is heel wel mogelijk. Het recept daarvoor is het gebruik van de juiste bodembedekkers; concurreren met het onkruid door het gebruik van gewenste kruidachtigen die zo sterk of dicht groeien dat al dat andere ongemak geen kans krijgt. En de meest ideale soort bodembedekker is daarbij misschien wel de winterharde tuingeranium, ook wel genoemd Ooievaarsbek. Niet dat ding wat we geranium noemen en in een pot aan de muur of schutting hangen, dat is de Pelargonium. Nee ik bedoel de Geranium macrorrhizum, de Geranium oxonianum of de Geranium cantabrigiense. Die Latijnse namen moet u er dan maar even bij nemen, maar die geven wel aan wat u nodig hebt. Ze groeien in de zon, in de schaduw en in het overgangsgebied; ze groeien bijna altijd en in mei en juni belonen ze u ook nog eens met de prachtigste bloemen. Diverse varianten zijn zelfs in de winter groen en heesters en grotere vaste planten groeien er gewoon doorheen. Wat wil je nog meer. Het enige nadeel misschien: u ziet niet meer die prachtig zwarte zandgrond en u mag niet meer zoveel schoffelen. Ze groeien overigens aan ondergrondse en bovengrondse wortelstokken. Als er eens een stukje afknapt zet u dat in een potje en voor u het weet hebt u een nieuw plantje voor elders in de tuin. Geweldig toch? Op de foto bij dit artikel vindt u de bloem van een Geranium. Is dat ook niet een prachtige verrassing voor een simpele bodembedekker?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.