Caryopteris X clandonensis

Soms vraag ik me zelf wel eens af waarom ik in vredesnaam zo’n titel bedenk voor een stukje. Een beetje een ielig grijsgroen heestertje dat weliswaar fraai en vooral nog heel laat in het najaar bloeit, maar waarom prijkt het nu ineens als titel boven een artikel? Het is warmte en droogteminnend en komt in ons klimaat lang niet altijd goed de winter door. En of zo’n titel u nou uitdaagt om dit artikel te lezen? Ik weet het niet, vertel het me maar.

Maar natuurlijk weet ik wel waarom het daar staat. En ook wel hoe ik er zo bij kwam. Vanmorgen stond ik namelijk voor het keukenraam een beetje verveeld naar buiten te kijken. De zoveelste sneeuwbui van deze winter kwam in kleine motsneeuwgruzels (of zeg ik inmiddels griezels?) naar beneden. De zondagmorgen begon een beetje loom op gang te komen en dat struikje stond daar in een hoekje met al zijn zaaddoosjes nog aan de takken langzaam wit te worden van de sneeuw. Ik had hem allang willen snoeien, maar het weer heeft het nog niet toegelaten. Het moet ook pas in maart gebeuren, maar geduld is nu eenmaal niet altijd mijn sterkste kant. Maar goed dat de natuur me heeft tegengehouden, want ineens verschijnt er een heggenmus onder de struik. Verwoed begint dat beestje te pikken aan een bruin propje op de grond. Het blijkt een afgevallen zaaddoos van de Caryopteris te zijn. Het struikje vervult blijkbaar nog steeds een belangrijke taak in de voedselketen, nu aan het eind van een lange en sneeuwrijke winter het voedsel voor dieren steeds schaarser begint te worden.

Wist u trouwens dat misschien wel tot 90% van alle jonge dieren en gewassen verloren gaat in het eerste jaar nadat ze geboren of gezaaid zijn? Gewoon om de rest van de natuur een plezier te doen en van voedsel te voorzien! En meteen een natuurlijke selectie zodat het dier of de plant die zich het beste aan zijn omstandigheden weet aan te passen overleeft en voor sterk nageslacht kan zorgen. Gekke gedachten naar aanleiding van een hippende mus onder een ietwat onooglijk heestertje? Misschien wel, maar ik kom er mede op omdat ik regelmatig verbaasde klanten spreek die constateren dat van de vijftig of zo planten die ik bij hun heb aangeplant er twee niet zijn aangeslagen. Hoe kan dat nou? Waren dat geen goede planten? Staan ze misschien toch niet op de goede plek? Je had toch zo’n uitgekiend beplantingsplan gemaakt? Allemaal boeiende vragen met al even boeiende antwoorden. Ja ik heb een uitgekiend beplantingsplan gemaakt en ja ze staan prima op hun plek en jawel het waren goede planten. Waarom zouden anders achtenveertig van de vijftig planten het gewoon prima doen? Tegen het licht van de eerder genoemde 90% uitval lijkt me dat toch een prima score. Blijft natuurlijk wel het antwoord openstaan op die eerste prangende vraag; hoe kan dat nou? En wellicht dat het u niet zal verbazen als ik u daar het antwoord schuldig moet blijven. Soms weet de natuur gewoon meer dan ik en er zijn op dat moment ongetwijfeld diverse miertjes, piertjes en andere diertjes (bacteriën en schimmels inbegrepen) die profiteren van de ontstane situatie. Ik geef u op een briefje dat de resterende planten het gat in no time weer opvullen. Geen zorgen dus.

Wat een stroom aan gedachten. En dat allemaal naar aanleiding van een mus onder een heestertje. Een heestertje dat al op diverse plaatsen in mijn tuin heeft staan verpieteren en nu eindelijk zijn stekje lijkt te hebben gevonden. Maar goed dat die heggenmus niet aan de andere kant van de tuin in de haag gekropen is. Dan was hij misschien wel verhongerd. De Caryopteris X  clandonensis heeft zijn titelvermelding wat mij betreft verdiend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.